Tips van en voor ouders

Wat leuk dat je dit boek samen leest! Misschien vind je het fijn om nog een paar tips van en voor ouders te lezen als het gaat om het vertellen over Sinterklaas. Je leest ze hier! 

 

Kinderen zijn gevoelig voor je intentie

Mijn oudste dochter is inmiddels 11 jaar. Ik heb haar nog wel eens gevraagd wat ze ervan vond dat we over Sinterklaas lazen in een boekje. “Leuk. Ik vond het bijzonder dat je speciaal een boekje voor me had gemaakt.” zei ze. Dat gaf me maar weer te kennen hoe gevoelig kinderen zijn voor de aandacht en intentie waarmee je doet wat je doet. Dat je de moeite neemt om hun gevoelens serieus te nemen met een boekje als deze bijvoorbeeld, dat is misschien al het belangrijkste gebaar.

 

Hoe lees je dit boek?

We raden je aan om er eerst even zelf doorheen te bladeren. Dan heb je er alvast wat gevoel bij. Verder staan er wat praatvragen in het boek om af en toe een pauze in te lassen en er wat over na te denken. Je kunt er natuurlijk je eigen draai aan geven! Het boek is bedoeld om je een handvat te geven, gebruik het vooral zo dat het bij jullie past.

 

Wanneer vertel je het?

Veel mensen vinden het fijn om op een rustig moment over Sinterklaas te vertellen. Sommigen zelfs in de zomer, als het er even helemaal niet over gaat. Anderen hebben het boek in de kast liggen voor wanneer het kind met vragen komt, om het er dan bij te pakken. Wij hebben het zelf verteld in oktober. Nog voordat Sinterklaas in het land is, maar je al wel pepernoten kan kopen. Je hebt dan ook nog ruim de tijd om het een beetje te laten landen.

 

“Mam, ik doe dit jaar nog even normaal.”

Hoe wil je dat je kind reageert? Als ouder of verzorger ben je waarschijnlijk al vaak genoeg verrast door hoe je kind reageert op dingen. Onverwacht is vaak een goede samenvatting. Zo was het ook bij onze jongste dochter. We hadden het boekje gelezen (“mooie plaatjes!”) en later vroeg ik of ze al een idee had aan wie ze een cadeautje zou willen geven dit jaar. “Ik heb erover nagedacht mam, en ik heb besloten om dit jaar nog even normaal te doen met Sinterklaas.” Ze dook vervolgens zo weer het geloof in. Het was wederom een heerlijk sinterklaasfeest. 

Kinderen stellen vragen waar ze aan toe zijn

Wat doe je nou met de vragen die ze stellen? Vanuit de filosofie van de vrije school geldt dat kinderen vragen stellen waar ze aan toe zijn. Dat vond ik zelf een geruststellende gedachte. Dan kan ik vooral luisteren.

 

Direct en helder?

Hier zijn verschillende ideeën over en als je het mij vraagt, is het belangrijkste of je contact hebt met elkaar. Dan kun je aanvoelen of je kind gewoon toe is aan een rechttoe-rechtaan antwoord: “Koop jij dan de cadeautjes?” “Ja, dat klopt. En papa ook en oma en opa.” Ik sprak verschillende ouders van wie het kind hierop reageerde met een grote knuffel en “ohh, bedankt mam!” Lief he?

 

Of eerst nog onderzoekend?

Het kan ook zijn, dat jouw kind nog een beetje ‘tussen twee werelden zweeft’. Als je kind dan thuis komt met de vraag: “Bestaat Sinterklaas?” en je bent misschien wat overvallen of een direct antwoord voelt niet goed, probeer de vraag dan eerst eens terug te stellen: “Hmm bestaat Sinterklaas? Hoe denk jij hierover?” Het antwoord geeft je eerst informatie over hoe jouw kind er in staat en wat vervolgens goed voelt om te doen. 

Bouw wat tijd in

“En nu wil ik het weten, hoe zit het: bestaat hij of niet?” 

Vorig jaar kregen we een bericht van een oma in nood. Ze hadden het boek besteld voor haar kleindochter maar moesten nog even wachten tot het geleverd werd. Dat was prima, totdat kleindochter in de auto, naast haar kleine zusje haar moeder (die reed) aansprak en zei: “Hoe zit het nou met Sinterklaas, bestaat hij of niet?” Haar moeder was verrast over deze directe vraag en won wat tijd voor zichzelf, ze zou er de volgende dag op terugkomen. Intussen kreeg oma van ons de digitale versie van het boek zodat moeder zich aan haar woord kon houden. Ze hebben een superfijn sinterklaasfeest gevierd dat jaar. 

 

Het boek is uit, wat nu?

Dit is nou net zo’n boek waar kinderen met gemengde gevoelens uit kunnen komen. Jammer dat de echte Sinterklaas dood is, maar ook stoer om nu bij de grote mensen en kinderen te horen. Als volwassene heb je misschien de neiging om te willen weten hoe ze er nu over denken of wat ze ervan vinden. Daar kun je natuurlijk een vraag over stellen, maar als daar weinig reactie op komt, heeft je kind wellicht wat ruimte nodig om het verhaal te laten landen. Even iets anders doen en er later een vraag over stellen bijvoorbeeld. 

 

Wat we ook horen is dat kinderen tijdens het lezen reageren met een blik in hun ogen van: ‘Zie je? Ik wíst het wel!’ Of plotseling zeggen: “Jaaaa, jij deed die snoepjes in mijn schoen!” 

Weten is niet hetzelfde als geloven!

Weten wat het verhaal achter Sinterklaas is en geloven in Sinterklaas zijn twee verschillende dingen. Ga er na het voorlezen en bespreken van dit verhaal niet zomaar vanuit dat kinderen niet meer geloven. De magie rondom het Sinterklaasfeest kan kinderen zo weer ware gelovers maken. En onze kinderen hebben me geleerd dat die werelden prima naast elkaar kunnen bestaan. Geloven in Sinterklaas én surprises maken bijvoorbeeld. Soms maken volwassenen het ingewikkelder dan nodig ;-).

//